Geplaatst op Geef een reactie

Het kiezen van een wildkampeer locatie

Het kiezen van een wildkampeer locatie

Als je gaat wildkamperen, is het kiezen van een wildkamperen een lastig klusje. De plek die je kiest is erg belangrijk voor een goede nachtrust. Benieuwd waar je op moet letten? Lees snel verder!

1. Neem de tijd

Neem de tijd om een plekje te kiezen. Dat kan betekenen dat je af en toe doorloopt als je geen goed plekje kan vinden, maar ook als je een ‘plek hebt’ kan het lonen om de tijd te nemen om de juiste positie voor je tent te vinden (zelfs als het knetterhard regent!). Een goede tip is om je tas af te zetten als je een goed ‘gebiedje’ hebt, zodat de druk om je zware tas af te kunnen doen weg is. Ga nu op onderzoek en hou onderstaande tips in je achterhoofd. Je bent niet gek als je gaat ‘proefliggen’ in het gras om te kijken of het afloopt – ik doe het ook!

2. Ondergrond

Allereerst is het verstandig om een vlakke ondergrond te kiezen. Waarom? Comfort! Dat ligt wel net zo lekker. Lig je op een te grote helling, dan zul je geregeld van je matje glijden óf zal je matje door de tent glijden. Ikzelf heb op de vloer van mijn tent enkele strepen siliconen aangebracht; ook slaapmat fabrikanten brengen tegenwoordig stroeve structuren aan op de matjes. Desalniettemin zijn die niet opgewassen tegen een te grote helling. Een zo vlak mogelijke ondergrond is belangrijk voor een lekkere nacht. Heb je een kleine helling? Dan lig je waarschijnlijk het fijnste met je hoofd aan de hoogste kant.

Het soort ondergrond is ook van belang. Vooral in Schotland en Zweden zul je drassige stukken vinden. Loop even goed door je voorgenomen plekje heen en kijk of je gras of dras hebt getroffen. Op termijn ga je kleurverschillen zien: drassige gebieden zijn vaak overdreven groen – terwijl drogere, grasgebieden een beetje geel uitslaan.

Heb je besloten waar de tent moet komen? Dan is het verstandig om je kampeerplek vrij te maken van puntige stenen of takken. Deze kun je voelen door de tentvloer, al merk je er met een matje waarschijnlijk niets van. Het is echter niet zo best voor de duurzaamheid van de tentvloer óf je matje. Een kleine moeite om je voorgenomen kampeerplek even schoon te vegen.

Als laatste is een duurzame ondergrond wenselijk. Tijdens het hiken heb ik vele hikers het pad af zien lopen, de heide in. Kamperen op kwetsbare gronden maakt de natuur kapot, net als het lopen door die gronden. Zoek bij voorkeur een stevig stukje gras op óf gebruik plekken die al ‘gevestigd’ zijn als kampeerlocatie. Dat is duurzaam hiken!

Een stukje kale, stevige ondergrond op een hoger stukje – perfect

3. Hoog en droog

De tweede tip is om een hoge en droge locatie te kiezen. Lage locaties zoals midden in het dal, dicht bij een meer of op een mooi stukje droge grond midden in een vochtig moeras lijken misschien idyllische kampeerplekjes, maar zijn dat niet. Lage punten in het landschap lopen ’s nachts vol met koude lucht, omdat koude lucht daalt. Koude en vochtige locaties zorgen ervoor dat het waterdamp in de lucht condenseert op het tentdoek – met flinke condensvorming in de tent. Voor je het weet begint het dan te regen IN de tent!

Om condensatie te voorkomen kun je het beste een hoog en droog plekje zoeken. Ook tussen de bomen heerst een warmer en droger microklimaat wat erg geschikt is om te kamperen – maar let wel op voor lekkend hars op je tentdoek. Als laatste is een briesje van belang. Wind vermindert ook de condensatie en een windige locatie is daarom aan te raden. Ook muggen blijven weg bij een lekkere bries. Sta je in een briesje, zorg dan ook dat je goed ventileert door de ventilatieopeningen van je tent te openen én eventueel de deuren als het weer dat toelaat.

Dit heuveltje scheelde enkele graden met de koude lucht die het dal vulde

4. Pas op voor water

Water kan gevaarlijk zijn. Je wilt niet in de nacht verrast worden door water. Let daarom bij het kiezen van je plek op tekenen van waterstromen in de natuur. Een vochtige ondergrond is al verzadigd en bij regen kunnen er plassen ontstaan. Water zoekt de weg van de minste weerstand – zorg dat je daar niet staat. Zoek een hoger punt in het landschap, zodat je niet in een plas water komt te staan.

Ga dan ook niet te dicht bij rivieren staan of indien je dat wel doet: hou rekening met een mogelijke stijging van de rivier of het meer. Als er stroomopwaarts een flinke bui valt kan het water snel stijgen en ook bij stuwmeren is het soms oppassen. Vaak kun je wel goed zien tot waar het water kan komen. Let hierop!

Veilig op het gras, waar het water duidelijk al een tijd niet meer was geweest

5. Omgeving

Een goede locatie houdt rekening met de omgeving. Een vriendelijke hiker houdt zich ook aan het Leave No Trace principe: hou je aan regelgeving, zet je tent niet dicht bij bebouwing, stoor geen dieren en ga niet naast andere hikers staan die nét een rustig plekjes hebben gevonden. Moet je gebruik maken van het natuurtoilet? Zorg dan dat je tenminste 50 meter – maar liever 100 meter – van een waterbron of je kamp jouw behoefte doet.

Let daarnaast op de veiligheid van je gekozen plekje: geen dode overhangende takken? Beschutting van een opstekende storm of flinke wind? Staat mijn tent goed om in de wind?

Als laatste: Je doet jezelf ook een plezier door een plekje te kiezen met een prachtig uitzicht én met water in de buurt om mee te koken en je in te wassen. En geniet vooral!

Plekje langs Kungsleden met fantastische uitzichten!

Hopelijk heb je nu een beter idee van zaken waar je op kan letten bij het kiezen van een optimale wildkampeerplek. Heb jij nog andere tips? Laat het mij weten in de comments!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *