Geplaatst op Geef een reactie

Mijn allereerste hike: West Highland Way 2013

In september 2013 liep ik mijn allereerste hike: de West Highland Way. Het is al een tijdje terug dat ik voor het eerst ging hiken en helaas heb ik destijds niets opgeschreven: ik moest het dus doen met mijn herinneringen aan de hand van foto’s. Lees verder voor het verslag van mijn eerste hike!

De West Highland Way

Voor mijn eerste tocht koos ik de West Highland Way 2013 (WHW). Waarom de WHW? Het is een van de meest gelopen tochten van Schotland (of Europa of zelfs de wereld?!), de paden zijn goed bewegwijzerd zodat je hem eigenlijk prima zonder kaart kan lopen, en je komt langs de bewoonde wereld. Genoeg dorpjes om water en snacks in te slaan, pubs om in te eten, maar ook altijd de mogelijkheid om in een B&B, hotel of hostel te slapen als ik het niet meer zag zitten. Het was immers mijn eerste hike en ik ging gelijk wildkamperen!

De voorbereiding

Ik had naast  mijn studie hard gewerkt en wat geld gespaard om mijn eerste uitrusting te kopen. Ik herinner mij de dag dat ik de Bever in Hengelo binnenliep als de dag van gisteren. In één keer kocht ik een slaapzak, een expedmatje, hoge gore-tex wandelschoenen (lees hier meer over schoenen!), een brandertje en een pannetje. Mijn eerste tent, een Tarptent Scarp 1 van een (toen nog) klein Amerikaans bedrijfje, kocht ik ook nieuw. Auw, een flinke investering.

Gelukkig kan ik achteraf zeggen dat de tent en het matje goede investeringen bleken, 6 jaar later behoren ze nog tot mijn basisuitrusting (!). Tegenwoordig is het echter een stuk interessanter om te huren, bijvoorbeeld bij ons!

Ik ging op pad met een Osprey Farpoint: een travelpack die eigenlijk helemaal niet geschikt is om lange afstanden mee te lopen, maar het voldeed voor m’n eerste tocht. Het investeren hield op bij de uitrusting: ik liep in een spijkerbroek, een katoenen shirt, een katoenenoverhemd en een softshell van 5,- euro. Geen regenbroek en een regenjas die net zo goed ademde als een vuilniszak. Ik ben dan ook flink nat geregend op mijn derde dag, waarover later meer! Geen optimale uitrusting of kleding om in te hiken – een van de redenen om met Start Hiking te beginnen – maar ik had er verschrikkelijk veel zin in.

Naast de investeringen die ik had gedaan, zonder überhaupt te weten of hiken mij leuk leek, heb ik het hele internet uitgelezen. Reisverslagen, blogs, foto’s – ik had mij goed ingelezen! Daarnaast kocht ik het boekje West Highland Way van Bob Aitken. Dit boekje bevat een schat aan informatie, maar ook veel achtergrond over de gebieden waar je loopt – erg interessant. In het boekje zit in de achterflap een kaart van Harvey maps, volgens mij de beste kaart voor de WHW. Ik was klaar om te gaan.

Dag 1: Drymen

Mijn ouders brachten mij vroeg naar Schiphol. Ik had een vroege vlucht en door het tijdsverschil met het Verenigd Koninkrijk stond ik om 9 uur op de stoep van het vliegveld van Glasgow. Voor de vertrek/aankomsthal van het vliegveld vertrekt een shuttle en ik stond om half 10 in hartje Glasgow, voor het Glasgow Queen street station waar de trein naar Milngavie vertrok, het startpunt van de West Highland Way 2013. Ik moest even wachten, want ik wilde een blikje gas halen bij Tiso, een outdoorwinkel 2 minuutjes van het station die pas om 10 uur open ging. Met het blikje gas op zak, nam ik de trein. Mocht je iemand willen vragen waar de trein naar Milngavie vertrekt, dan kom je er al snel achter dat niemand weet waar je het over hebt. De Schotten spreken het uit als Mil-guy!

Een korte treinrit van 15 minuten later stap je uit in Milngavie [Mil-guy]. In het midden van het dorpje staat een grote boog: de start van de West Highland Way 2013. De eerste dag begint rustig en dat was fijn, want ik had al een vroege ochtend en vlucht achter de rug. Vanuit het stadspark van Milngavie loop je door de lowlands over oude militaire wegen en oude spoorwegen richting Drymen. Het zijn lange stukken rechtuit, soms door een stukje bos en soms met een stukje asfalt. Vlak voor Drymen loop je een aardig stuk over asfalt. Hier liep ik twee hardlopers uit Glasgow tegen het lijf die een deel van de West Highland Way wilden hardlopen. Een beetje te hoog gegrepen, want ze wandelden graag met mij mee. Aangekomen in Drymen gingen we met z’n drieën eten in een pub in Drymen: erg gezellig! Na het eten was het tijd om een plekje te zoeken: ik had mijn tent mee en was natuurlijk van plan om te gaan wildkamperen.

Ik liep vanuit Drymen weer richting het pad, wat langs een bos liep. Het bos was hartstikke donker en ik kon nog geen mooie plek vinden om mijn tent op te zetten en besloot door te lopen. Het begon al donker te worden en ik moest zo snel mogelijk een plek vinden: als gevolg van mijn beperkte investeringen had ik namelijk geen hoofdlampje en enkel een klein knijpkatje (zaklampje) mee.. de tent opzetten in het donker zou gegarandeerd een fiasco worden dus ik liep snel door. Toen ik voorbij de bosstrook was kwam ik voor een onaangename verrassing te staan: de rest van het bos was een slachtveld. Ze waren het bos aan het kappen en overal stonden gigantische machines en stapels hout: geen veilige plek om mijn tent op te zetten. Ik liep door. Uiteindelijk heb ik net voorbij de boskap, naast een parkeerplaats, mijn tent opgezet op een klein stukje mos aan de rand van het bos. De haringen kreeg ik er bijna niet en de volgende ochtend was er ook één losgeschoten. Maar ik had een plekje en was zo moe dat ik heerlijk heb geslapen.

West Highland Way 2013
Kamperen op een stukje mos langs het pad.

Dag 2: Ptarmigan Lodge

Ik werd op tijd wakker. Het mooie van slapen in de natuur is dat je biologische klok zich gelijk aanpast aan de natuur. Zonsopkomst is je natuurlijke wekker. Daarnaast waren er genoeg Schotten vroeg op de been om hun hond uit te laten en door mijn plekje bij de parkeerplaats was ik snel op de hoogte van de populariteit van het bos onder hondeneigenaren. Iedereen kwam even vragen of ik lekker had geslapen en waar ik vandaag heen wilde lopen – typisch Schotse vriendelijkheid.

Na het inpakken van mijn tent en het koken van mijn ontbijtje, was ik weer op weg. Ptarmigan Lodge was de bestemming: ik liep in september en in die periode mag je niet overal kamperen langs Loch Lomond. Voorbij Ptarmigan Lodge mag dat wel weer, dus dat was het doel voor die dag. Een flink eind bleek later! Eerst moest Conic Hill worden beklommen, een flinke heuvel maar met prachtig uitzicht over het meer ‘Loch Lomond’. Onderaan Conic Hill at ik een flinke hamburger bij de Oak Tree Inn en kocht wat lekkers voor onderweg in het supermarktje naast de pub. Ik voelde mij na de lunch fit en liep aardig door.

Onderweg kwam ik twee Nederlanders tegen die ook tot voorbij Ptarmigan Lodge wilden lopen en we liepen samen door – ik zat er tegen het eind aardig doorheen dus ik kon mooi optrekken aan de fitte Nederlandse jongens. Het was wederom bijna donker toen we een plekje hadden gevonden. Een lange dag met een flinke afstand. Ik kroop er na deze lange dag snel in en was snel vertrokken naar dromenland.

Dag 3: Crianlarich

Toen ik ’s morgens wakker werd, waren de Nederlanders al vertrokken. Ik pakte mijn tent in, ontbeet snel met wat broodjes die ik de dag ervoor bij het supermarktje had gehaald en ging op pad. Het stuk pad na Ptarmigan Lodge is flink klimmen en klauteren over stenen en smalle paadjes. Halverwege de morgen kwam ik aan bij Inversnaid Hotel. Hier at ik een lekker broodje en nam ook een broodje mee voor onderweg. Na de middag liep ik aardig door en kwam al snel bij de boerderij met camping waar ik eigenlijk die nacht wilde slapen: Beinglas Farm.

Het was al het einde van de middag en er was een mooi grasveldje bij. Het was echter september dus het bleef nog een paar uur licht, de camping zag er niet erg gezellig uit en ik voelde mij fit. Ik besloot door te lopen. Mijn benen waren inderdaad fris, maar het begon gigantisch te regenen en ik was binnen no time compleet doorweekt. Ik liep stevig door richting Crianlarich en kwam net voor Crianlarich de Nederlandse jongens weer tegen – die enigszins verbaast waren dat ik ze had bijgehaald. Samen liepen we door het bos van het pad af, richting Crianlarich om op te warmen in een pub onder genot van een heerlijke fish and chips.

Na het eten en een lekker biertje bij het haardvuur was het donker. De jongens gingen weer richting het pad om een kampeerplekje te vinden. Ik had echter geen hoofdlamp en zag het niet zitten om met een knijpkatje mijn tent in een donker bos op te zetten. Gezien mijn ruime interpretatie van de Scottish Access Code vond ik het na die lange dag prima om mijn tent midden in het dorp op een groenstrook naast een carpoolplaats op te zetten. Terwijl ik langzaam in slaap viel hoorde ik de pubgangers die langsliepen giechelen om het tentje midden in het dorp.

Dag 4: Inveroran

Ik werd wakker en ruimde mijn tent op. Blijkbaar stond ik recht tegenover het politiebureau – voor mij de bevestiging dat ik niets fout had gedaan door mijn tent in het midden van het dorp op te zetten. Ik liep langs de supermarkt, sloeg wat ontbijtspullen in en liep eerst terug naar het pad. Net voorbij Crianlarich at ik een lekker bakje yoghurt aan een picknick bankje met een prachtig uitzicht.

Die dag liep ik door tot Inveroran, weer een lange dag maar met makkelijke(re) paden. Alleen voor Inveroran zit nog een klimmetje, waar ik de Nederlanders weer tegenkwam. Het afdalen in het dal van Inveroran tijdens golden hour was echt fantastisch – een beeld wat in mijn geheugen blijft gegrift.  Inveroran is eigenlijk niets meer dan één hotel máár met een ‘walkers bar’. Hier dronk ik een lekker glaasje whisky en kwam ik wederom in aanraking met de Schotse vriendelijkheid: ik kreeg – gratis en voor niets –  en kom pompoensoep zo groot als een viskom. Blijkbaar zag ik er flink ondervoed en uitgeput uit! Maar zo hoefde ik later bij mijn tentje mijn brander in ieder geval niet meer aan te steken.

Ik sprak met de aardige vrouw van het hotel af dat ik ’s morgens zou komen ontbijten en liep terug naar de tent. Daar stonden de Nederlandse jongens ook. We hebben lekker samen bij het kampvuur gezeten en worstjes klaar gemaakt – die ik die dag onderweg had opgepikt – met een slokje whisky – die de jongens dan weer bij zich hadden. Het was een strakke heldere avond met een prachtige sterrenhemel. Het was daarom ook aardig fris, dus op een gegeven moment tijd om lekker in de slaapzak te kruipen. ’s Nachts werd ik nog een keer gewekt door een groep herten die aan mijn tent liepen te snuffelen: het stikt van de herten in het dal van Inveroran en het was bronsttijd – flink schreeuwende mannetjes. (bekijk de foto’s hieronder in de slider!)

previous arrow
next arrow
Slider

Dag 5: Kingshouse Hotel

De volgende dag stond een heerlijk full scottish breakfast op mij te wachten bij Inveroran Hotel. Na het opruimen van mij tent was ik al snel op pad. Het zou niet zo’n lange dag worden, maar het stuk over Rannoch moor is fantastisch mooi. Ik kwam net na de middag aan bij Kingshouse hotel en besloot daar te kamperen. Ik zocht een mooi plekje voor mijn tent naast het hotel (hier ligt een kampeerveldje) en heb de rest van de middag binnen in de bar van het hotel gezeten met een glas Guinness. Het toeval wilde natuurlijk dat na het opzetten van mijn tent het niet meer zou stoppen met regenen. Binnen zat ik lekker droog, had ik Guinness, ontmoette ik een vriendelijke hoogleraar van de universiteit van Edinburgh en had ik wifi om even contact te zoeken met Nederland – een prima rustmiddag.

Dag 6: Voorbij Kinlochleven

Na een heerlijke nacht met onafgebroken regen ‘tik tik tik’ werd ik wakker. De buurman die zijn tent op een laag punt naast een stroompje heeft gezet is niet zo gelukkig – zijn tent staat in 10cm water. Wederom ga ik voor een full scottish breakfast, nu in het Kinghouse Hotel. Het is immers vakantie. Na het ontbijt ruim ik mijn tent op en net op het moment dat ik wil gaan lopen, kom ik de hoogleraar tegen die ook op pad gaat. Samen lopen we richting the ‘Devils staircase’ wat een flinke klim zou moeten zijn. Het is inderdaad een aardige klim, maar prima te doen.

Samen lopen we richting Kinlochleven waar hij die nacht slaapt. Kinlochleven is een best groot dorp (of stad) met een grote aluminiumsmelterij. Je loopt tijdens de afdaling ook geregeld langs grote buizen van de hydro krachtcentrale. We lunchen in Kinlochleven, maar ik voel me nog fit en besluit verder te lopen. Vanuit Kinlochleven is het nog een flink stuk omhoog waarna je in een soort niemandsland komt. Halverwege dit niemandsland zet ik mijn tent op, eigenlijk voor het eerst écht in het wild ver van bebouwing of wegen. Ik kook een potje en kruip er lekker in.

Dag 7: Fort William

Het laatste stuk naar Fort William is best een lang stuk, dus het scheelt dat ik de klim vanuit Kinlochleven al heb gelopen. Ik pak mijn tent in en ga op pad. Het laatste stuk komt weer langs een gebied met boskap en gaat vervolgens op en neer door een bossig gebied. Net voor Fort William kom je uit het bos en loop je langs de normale weg richting Fort William. Aan deze weg zit een ‘centrum’ van de West Highland Way 2013, maar in het midden van Fort William staat het voormalige eindpunt met een beeld van een man met zere voeten. Dat was het! Ik boek een kamer in een hostel voor die nacht en koop kaartjes voor de trein van morgen richting Glasgow.

De reis terug

De volgende ochtend pak ik de trein terug naar Glasgow. De treinreis is minstens net zo mooi als de wandeling, wát een prachtige treinrit! Ik heb een Engelsman leren kennen in het hostel die de West Highland Way 2013 ook heeft gelopen en samen genieten we van het uitzicht en de vele herten. Aangekomen in Glasgow boek ik nog een nacht in een hostel – ik had een reserve dag aangehouden en heb nog een dagje in Glasgow. Eurohotel in Glasgow is in ieder geval geen aanrader! De volgende dag loop ik nog wat rond in Glasgow voordat ik terugvlieg naar Nederland.

Dit was het reisverslag van mijn eerste hike: West Highland Way 2013. Een sprong in het diepe en sindsdien ben ik verkocht aan het hiken. Slapen en lopen in de natuur geeft een geweldige rust en energie. Lijkt het jou ook wat?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *