Geplaatst op Geef een reactie

Waarom Hiken? Deel 1 – De Natuur

Waarom hiken? Deel 1 – de natuur

In de nieuwe categorie Trail Talk bespreek ik gedachten, ideeën en verhalen over hiken. Ik trap graag af met een drieluik over ‘Waarom hiken?’ met mijn redenen om te hiken: natuur, rust en fysieke uitdaging. In dit eerste deel: natuur! Benieuwd? Lees snel verder!

Wildernis

Als ik ga hiken zoek ik graag échte wildernis op. Daarbij kan je denken aan Noord-Zweden, Schotland, IJsland, Patagonië en aan andere tochten die ik heb gelopen. Echte wildernis is even weg van andere mensen en bebouwing, terug naar de natuur. Nu is échte wildernis natuurlijk zeldzaam – vaak zijn er duidelijke tekenen van bosbeheer en zijn paden onderhouden. Maar toch ben je in die natuur ook weg van bebouwing, van geluid en drukte. Je zit in de natuur, in de frisse lucht, in de regen, wind en zon.

In Europa kun je nog genoeg wildernis vinden: de Schotse hooglanden zijn een van mijn favoriete gebieden en ontzettend ruig. Je vindt er nog genoeg afgelegen gebieden waar je geen telefoonbereik meer hebt. Maar ook in de Alpen, Pyreneeën, Lapland en de rest van Scandinavië, Slovenië en op nog veel meer plekken vind je fantastische natuur: grillige bergen, heldere meren en rivieren, fantastische kleuren. Vooral in de herfst vind ik natuur fantastisch mooi. Nederland is misschien wat saai en vlak, maar ook in Nederland vind je nog prachtige natuurparken, heidevelden en bossen – al mag je daar helaas niet wildkamperen.

In de wildernis heb je een gebrek aan menselijk geluid. Dat geeft een ongelooflijke rust – waarover meer in deel twee van deze drieluik: rust. Maar het maakt je ook receptiever voor geluiden uit de natuur. Het ritselen van bladeren, de wind die aantrekt, tikkende regen op het tentdoek. Geluiden uit de natuur zijn nooit heel luid of onverwacht en daarmee erg rustgevend. Maar je gaat ook meer op je gehoor vertrouwen: daar loopt een stroompje waar ik water kan halen, het zou zo wel eens kunnen regenen want de wind trekt aan of daar ritselt wat; misschien is het een muisje.

In de wildernis heb je ook een gebrek aan lichtvervuiling. In Nederland is het zo dichtbevolkt, dat je eigenlijk nooit echt sterren kan zien. In Noord-Zweden is het in de zomer zó licht, dat je ze eigenlijk ook niet ziet. Ga je later in het seizoen, dan zijn de dagen juist erg kort en heb je kans op Noorderlicht! Toch denk ik bij hiken altijd aan sterren. In Schotland kan je (gelukkig nog) zo ver van de bewoonde wereld zijn, dat je een echt prachtige sterrenhemel kan zien. Ik herinner mij bijvoorbeeld nog hoe we ’s nachts in het donker over de heuvel klommen richting Inveroran – hoofdlampen op, dwars door een pikkedonker dennenbos. Op een gegeven moment kwamen we boven de boomgrens en zagen we een ongelooflijke sterrenhemel. Dat stuk in het donker heeft zo’n indruk gemaakt, dat ik mij dat nog herinner als de dag van gisteren, net als de koele bries die toen waaide.

Zie meer van de natuur –  langzamer en meer tijd

Snelheid en tijd lijken elkaar te versterken: als je haast hebt, lijk je geen tijd te hebben om op je omgeving te letten. Als je in je auto door de hooglanden rijdt, richting een prachtige berg met kleine heuveltjes, rotsen, mos, bomen, struiken en meertjes, wordt de omgeving een beetje buitengesloten. Ineens sta je aan de voet van de berg. Je hebt geen oog gehad voor de wind, de geuren van het gras en de dennen, het weer of het veranderende licht. Niet alleen de tijd om je omgeving in je op te nemen wordt korter, ook je gevoel voor afstand is verstomd. Je voeten worden niet moe, je bent ineens bij de voet van de berg en de kans dat je het gevoel hebt een hele reis te hebben afgelegd is nihil. In je herinnering is alles dan ook vaak één grote waas.

Als je te voet dezelfde route aflegt, wordt je dag ineens heel anders. Je ademt rusting, luistert naar de natuur en voelt de grond – zand, rotsen, gras – onder je voeten terwijl je loopt. Terwijl je loopt vallen de heuveltjes, rotsen en mos je ineens wel op. De berg waar je al uren naartoe loopt, komt langzaamaan steeds dichterbij en wordt steeds groter: je gevoel van afstand is intens. Hiken gaat per definitie langzamer dan andere vormen van transport. Hoewel je er langer over doet, lijkt de tijd zich uit te rekken waardoor je al lopend zoveel meer ziet van de natuur.

Je ziet bijvoorbeeld minimale verschillen in het landschap: verschillende bladeren, nieuwe knopjes, vogels of af- of toenemende begroeiing. Zo zie je de overgangen in het landschap: van bos naar vlaktes, van heide naar gras, van dal naar bergpas. Als je een week door de natuur loopt, kun je zelfs de seizoenen zien veranderen. Zo begonnen we onze hike in Kungsleden in een prachtig groen berkenbos en liepen we aan het eind van de week in een berkenbos met gele blaadjes terwijl overal de paddenstoelen uit de grond schoten.

s Avonds bij het kamp heb je alle tijd. Geen bereik, geen notificaties maar natuur. Een lekker kampvuur maken, door de omgeving struinen op zoek naar brandhout of gewoon uren ronddwalen in de omgeving van je tent: op zoek naar beekjes en stroompjes waar je water kan halen of gewoon op ontdekkingstocht.

Een worden met de natuur

Hiken betekent ook terug de natuur. Je bent aangewezen op jezelf en moet jezelf redden. Dat betekent dat je moet vertrouwen op je eigen vaardigheden en gezonde verstand. Je leeft namelijk écht buiten: zo ben je ineens overgeleverd aan de weergoden. Soms moet je dan gewoon toegeven aan het slechte weer en je tent opzetten, lekker droog de regen uitzitten. Soms krijg je een heldere en dus koude nacht en moet je anticiperen door een extra laagje aan te doen in de slaapzak. Soms begint de zon heerlijk te schijnen en zak je achterover in het lange gras voor een lange pauze. En zo is er nog veel meer waar je op moet reageren: van laatste waterpunten om bij te vullen, tot rukwinden, buien, storm, aantal uren licht, muggen en meer.

Ook oriënteren en navigeren door de natuur is een kunst. Vele tochten zijn goed bewegwijzerd, maar het lezen van een kaart en gebruiken van een kompas zijn belangrijke vaardigheden. Vaardigheden die we niet altijd meer bezitten nu we zo makkelijk op navigatieapps kunnen vertrouwen. Het kiezen van herkenningspunten, het lezen van het landschap en de hoogtelijnen, het kiezen van een wildkampeerplek – jezelf redden in de natuur.

Waar ik echter als eerst aan denk bij het opgaan in de natuur is de aanpassing van mijn lichaam aan het buitenleven. De eerste nacht vind ik altijd wennen, maar je lichaam past zich razend snel aan. De belangrijkste aanpassing: bioritme. Als het donker wordt, ga je slapen. Als het licht wordt, ontwaak je. Je lichaam past zich zó snel aan! Weg zijn van al het kunstlicht en oplichtende schermen in ons dagelijks leven voelt bijzonder natuurlijk. Maar ook aan het slapen in de natuur past je lichaam zich aan: de eerste nacht is relatief koud maar daarna pakt je lichaam de hogere verbranding al snel op. Ook het herstel na een lange dag wandelen gaat na een kleine aanpassingsperiode een stuk sneller. Je lichaam voelt zich eigenlijk heel erg thuis zo buitenshuis.

Voor mij is het opgaan in de natuur één van de redenen om te gaan hiken. Misschien vind je dit een leuk verhaal, maar hoe overweldigend de natuur is moet je toch echt zelf ervaren. Lijkt dat je wat? Kijk dan lekker rond op starthiking.nl en ga eropuit! En houd de blog in de gaten voor de volgende twee delen in deze reeks!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *