Geplaatst op Geef een reactie

Reisverslag: West Highland Way 2018

Reisverslag West Highland Way 2018

Eind oktober, begin november 2018, liep ik de West Highland Way voor de tweede keer na hem in 2013 al eens gelopen te hebben, nu mét mijn hike maatje Sven. Later in het jaar met kortere dagen, langere nachten en sneeuw op de topjes. Benieuwd? Lees snel verder!

West Highland Way

De West Highland Way is een geweldige tocht vanuit Milngavie, een voorstadje in de uitlopers van Glasgow, helemaal naar Fort William in de Highlands. De route is 154 kilometer lang en loopt van de laaglanden, naar de hooglanden. Je leest meer over de West Highland Way op deze inspiratiepagina.

Tweede keer, maar laat in het seizoen

Ik liep de WHW al eerder in 2013 in september. Sven had ‘m nog niet gelopen, dus gingen we nog een keer. Dit keer liep ik de WHW in de laatste dagen van oktober en de eerste dagen van november: de eerste hike zo laat in het jaar. Daarom waren de nachten wat kouder, lag er sneeuw op de topjes, was het pad op de Devil’s staircase glad door ijs én waren de dagen korter. Ik vond het geweldig. Bijkomend voordeel van de frisse temperaturen is dat je geen last hebt van muggen, en de koudere temperatuur is heerlijk aangenaam tijdens het wandel – vooral als je het snel warm hebt zoals ik – en de late-herfst kleuren zijn geweldig. De prachtige kleuren, een laagje sneeuw op de munro’s en de heldere luchten maken het dan ook een prachtige periode om in te hiken.

Het verslag van mijn hike over de West Highland Way in 2013 lees je hier.

Reis

We vlogen vanaf Amsterdam op Glasgow. Helaas hadden we beiden problemen met de trein waardoor het al gelijk een erg spannend trip werd. Ik was nét op tijd om voor de bagage drop-off, Sven die terug was gegaan om de auto op te halen was nét voor vertrek aanwezig. Ik had geregeld dat Sven z’n backpack mee mocht als handbagage. Na het achterlaten van zijn mes in de auto, zijn we door security gerend zodat we nog nét op tijd waren. Een enerverend begin van onze trip!

Dag 1: Milngavie tot voorbij Drymen

Van het vliegveld namen we de bus naar het centrum van Glasgow. We kochten snel even een kaart en een blikje gas bij de Tiso tegenover Queen street station, om vervolgens de trein naar Milngavie te nemen waar de WHW begint. Na het vullen van onze waterzakken konden we rond het middaguur op pad!

De eerste dag bestaat naar Drymen uit lange paden, waarvan de meesten zich op de gronden van voormalige spoorlijnen bevinden – daarom vaak in rechte lijnen. Helaas ook vaak in zicht van de doorgaande weg. Net als in 2013 is het een goede warming-up wandeling om weer te wennen aan je tas, maar qua uitzicht helaas weinig spectaculair. Je komt wel langs de Glengoyne distilleerderij, voor een mogelijk uitstapje!

We liepen door tot voorbij Drymen en het begon al aardig te schemeren. Gelijk aan de rand van het bos net ná Drymen vonden we een prachtig plekje, prima beschut onder de bomen. Onder de bomen heb je vaak een heerlijk microklimaat en dit bleek achteraf dan ook een van de warmste avonden, terwijl het aardig fris was. De ondergrond was vlak en er lag genoeg hout voor het koken met de houtbrander en later een kampvuurtje. Een prima eerste avond! Water was er niet zoveel, maar we hebben wat uit een klein stroompje kunnen filteren. Dit was niet het meest heldere water, dus mocht je hier willen kamperen dan kan je misschien in Drymen je watervoorraden aanvullen. Al met al was de plek een stuk beter dan de plek in 2013!

Dag 2: Naar Sallochy campsite

De volgende dag liepen we door de kale vlaktes met her en der jonge, nog groeiende boompjes richting Conic Hill. In 2013 werd dit nét gekapt, mooi om te zien hoe de natuur weer begint te groeien. Er stond een flinke wind terwijl we begonnen aan onze klim naar Connic Hill. Het was gelukkig een stralende dag en het leek vrij rustig. Op de top kwamen we voor een onaangename verrassing te staan: het was weekend en het was echt verschrikkelijk druk op de top en aan de andere kant van de heuvel. De paden waren compleet vertrapt door de vele wandelaars en flink modderig, wat natuurlijk voor de dagjesmensen in witte sneakers minder fijn was. Het was even dringen op sommige smalle paadjes, maar de drukte van Connic Hill lieten we snel achter ons. Het zou gelukkig de enige drukte zijn die we deze trip zouden tegenkomen. We maakten dankbaar gebruik van het toilet van het toerismebureau bij de parkeerplaats van Conic Hill alvorens vers brood en knakworst (onze ultieme trail traktatie) en wat vers fruit in te slaan in de supermarkt van Balmaha. Verderop langs het pad hebben we een mooi plekje gezocht voor de lunch.

De tweede dag zijn we doorgelopen tot Sallochy Campsite. Omdat de camping restricties eind oktober voorbij waren, gingen we nét voorbij de grens van de camping staan: gratis maar in de buurt van de natuurtoiletten, prullenbakken en picknicktafels. We hadden een mooie beschutte plek, dicht aan het strand van het meer. Het werd een flink koude nacht, maar gelukkig hadden we prachtig uitzicht.

Dag 3: Bothy!

We sliepen direct aan het meer en dat was ’s ochtends prachtig ontwaken met een heldere dag en een geweldige zonsopgang. We namen rustig de tijd om aan het meer te ontbijten en lieten de drone even in de lucht. Daarna begonnen we de derde dag met grote plannen: we zouden flink doorlopen tot Crianlarich of zelfs Tyndrum.

Het pad na Sallochy kronkelt nog mooi door het bos, maar als snel wordt het een flinke klimpartij langs de oevers van Loch Lomond. Net na Rowardennan krijg je een splitsing waarbij je kan kiezen voor het ‘brede pad’ bovenlangs of het paadje langs de oevers. Waar ik in 2013 bovenlangs liep, kozen wij het pad onderlangs en dat bleek flink extra klimmen en klauteren – een route waarbij je weinig opschiet. Na een korte lunch bij Inverary hotel begon het geklim weer – ook als je het hoge pad hebt gekozen moet je nu langs de oevers. Op een gegeven moment waren we wel klaar met de vele stenen en het geklauter en begon het ook langzaam te schemeren (en liepen we een hoop berggeiten tegen het lijf). Helaas was het nog even doorlopen tot het einde van Loch Lomond. Op de kopse kant van Loch Lomond hebben we nog getwijfeld om daar onze tent op te zetten maar besloten nog een stukje door te lopen, ook al werd het écht bijna donker. Het stuk ná Loch Lomond was echter verschrikkelijk drassig, waardoor we nóg verder moesten doorlopen. Hadden we maar gekozen voor het plekjes bij het meer. Uiteindelijk liepen we tegen de Doune Bothy aan, ter hoogte van Ardlui maar dan aan de andere kant van het water, en besloten we daar maar de nacht door te brengen. Het was zo goed als donker en dat scheelde toch maar even fijn de tent op zetten én een paar graden: het was een heldere avond en zou daarmee ook een koude avond worden.

De Doune Bothy langs de West Highland Way is mooi onderhouden en het slapen in een bothy is wat warmer dan in de tent – daarbij scheelt het zowel ’s avonds als ’s ochtends tijd met opzetten en opruimen. Dat kwam goed uit, want voor de vierde dag hadden wederom grootse plannen.

Dag 4: Een lange dag en een ‘gefaald’ plan

Na al het geklauter van de dag van gisteren stond ons wederom een pittige dag te wachten. We hadden het plan opgevat op helemaal door te lopen naar Inveroran, omdat dit tijdens mijn tocht van 2013 een van de mooiste kampeerplekken was. Dit zou daarom een dag worden van maar liefst 40 kilometer, aardig wat heuveltjes en een flink tempo om voor het donker over te zijn. Maar we hadden ook een traktatie in het vooruitzicht, want naast de mooie kampeerplek konden we onszelf dan ’s ochtend trakteren op een full Scottish breakfast in het Inveroran Hotel dicht bij de kampeerplek. Misschien zat er ’s avonds zelfs nog een kleine whisky in bij de ‘walkers bar’. Redenen genoeg om flink door te lopen door de prachtige landschappen.

Omdat we in de bothy hadden geslapen konden we snel ontbijten en vertrekken. Het was een hele koude ochtend, maar de paden waren makkelijker te bewandelen dan de voorgaande dagen – ondanks de rijp. Het stuk naar Crianlarich was een flink stuk langer dan in mijn herinnering en bracht ons ‘grote’ plan – waarbij de haalbaarheid om mij herinnering was gebaseerd – een beetje in gevaar. Bij de afslag naar Crianlarich lieten we de ‘supermarket omweg’ links liggen en liepen we daarom maar gelijk door richting Tyndrum, waar we halverwege stopten voor een lunch aan een rivier. Na een snelle lunch gingen we door over de prachtige heide. In Tyndrum kochten we nog een nieuw blik gas en wat chocolade: op naar Bridge of Orchy.

Terwijl we op het lange pad van Tyndrum richting Brigde of Orchy liepen, wisten we dat het lastig zou worden: het begon al aardig te schemeren. Halverwege naar Bridge of Orchy begon het echt flink te schemeren, we liepen dan ook in het donker toen we in Bridge of Orchy waren. Om naar Inveroran te komen moesten we vanaf Bridge of Orchy een aardige heuvel over klimmen naar het dal aan de andere kant, waarbij het pad door een donker dennenbos liep. We hebben even getwijfeld of we de tent moesten opzetten. Het was immers al écht donker, helder en daarmee ook fris. We zagen zo echter geen mooie kampeerplekjes (het was immers donker) en besloten door te lopen. Muts en hoofdlamp op, handschoenen aan… Avontuur!

Met onze hoofdlampen op liepen we door de donkere dennenbossen de berg op. Het bos was verschrikkelijk donker, maar gelukkig was het pad goed te volgen – en heel erg nat. Twee hoofdlampjes bewogen langzaam door het bos, ik met de felste straal voorop. Dicht bij de top kwamen we boven de bomen uit. Een geweldig moment, want we werden verrast door een prachtige heldere sterrenhemel, koele bries en een immense leegte.

Het was aardig fris op de top, maar onder genot van een prachtige sterrenhemel daalden we af de pikkedonkere vallei in. Een gigantisch contrast met mijn tocht in 2013, toen ik de vallei tijdens Golden Hour binnenliep. De donkere vallei beloofde echter weinig goeds. Er brandde wel licht bij het hotel, maar het zag er donker uit. Wonder boven wonder had ik iets bereik in het dal en belde ik het hotel: de dag ervoor waren ze gesloten voor het seizoen. Wat een pech, ontbijtje weg.

Na deze lange dag én het avontuur in het donker zochten we snel een mooi plekje op voor onze tent op een de kampeerwei een paar honderd meter van het hotel, kookten we een potje en kropen snel in onze slaapzak. In de tent dachten we nog hoe jammer het was dat we de vallei niet met daglicht binnenliepen, in zoverre een ‘gefaald plan’. Zeker met de herinnering aan de afdaling tijdens golden hour in 2013. Achteraf kunnen we zeggen dat het avontuur in het donker zowel prachtig als onvergetelijk was, eigenlijk veel mooier dan de afdaling bij daglicht.

Dag 5: Een korte dag

Na de lange dag van gister namen we ’s ochtends de tijd met opstaan. We werden wakker in de prachtige vallei van Inveroran, omgeven met herten en prachtige kleuren én een beetje sneeuw op de topjes. Het was droog maar er zat aardig wat kou in de lucht. We namen rustig de tijd om foto’s te maken van de herten in de buurt en de drone even in de lucht te laten. Na het ontbijt vervolgende we onze weg over Rannoch Moor – een prachtig veenland. Omdat het een korte dag was namen we ook hier de tijd om de drone even de lucht in te laten.

Op Rannoch Moor kwamen we Tom tegen – een landgenoot en defensie collega van Sven. Genoeg te praten en met z’n allen aten we flinke burgers bij het Glencoe Mountain Resort. Sven en ik maakten ook van de gelegenheid gebruik om even te douchen. Na een flinke kop chocolademelk met marshmallows namen we afscheid en liepen we verder om toch iets dichter bij de Devils Staircase onze tent op te zetten. Voorbij Kingshouse Hotel (toen nog een aardige bouwput) vonden we net van het pad af een prachtig plekje met mooi uitzicht op Etive Mòr. Tijd voor een kleine avondmaaltijd, een vuurtje, wat kaarten en snel naar bed.

Dag 6: Een lange dag en veel regen

De bedoeling was om op deze een-na-laatste dag net voorbij Kinlochleven een mooi plekje op te zoeken in de wildernis. Zo konden we nog fijn wildkamperen op een verlaten plek, maar moeten we de dag erop nog maar een stukje naar Fort William om de trein naar Glasgow te nemen. Maar eerst begonnen we de dag met de beklimming van de Devil’s staircase. Een aardig stukje omhoog, maar prima te doen – al was het wel af en toe glad door de lichte vorst, bevroren plasjes en sneeuwval op de top.

Toen we op de top waren van de Devils Staircase begon het een beetje te betrekken. Achter de Devils Staircase loop je door een stuk ‘niemandsland’ met prachtige vergezichten, totdat Kinlochleven in zicht komt en je afdaalt tot in de bossen. De afdaling in de bossen duurt eigenlijk vrij lang én is vrij steil. Een flinke aanslag op de knieën en het uitzicht is niet bepaald mooi: een grindweg, jong bos en de hydro-installatie van Kinlochleven. Na een flinke afdaling hebben we rond de middag in Kinlochleven geluncht in een pub met een flinke burger.

Na de lunch gingen we weer op stap. Net buiten Kinlochleven loopt het pad weer omhoog met een flinke klim. Bovenaan heb je een prachtig uitzicht over Kinlochleven als je terugkijkt. Toen wij de tocht liepen waren ze flink aan het graven voor de aanleg van hydro-centrales aan de andere kant van Kinlochleven en waren er een paar kleine omleidingen. Alles was goed aangegeven en prima te doen. Toen we bovenaan de klim waren en boven de bossen uitkwamen, begon het te regenen. De regen was aardig fors, voor ons het moment om onze regenjas en regenbroek aan te doen en onze tassen in regenhoezen te steken. Op dat moment wisten we nog niet dat het ook niet meer droog zou worden en we de komende uren in waterdicht ornaat zouden lopen.

Terwijl wij de prachtige vallei achter Kinlochleven inliepen begon het te gieten. Het pad werd een soort waterstroom tot aan je enkel. Het leek er niet op dat de regen zou stoppen en ook alle potentiële kampeerplekken waren volledig verzadigd met water. De tent opzetten in deze harde regen en op de al verzadigde grond… met alle regen die nog komen ging leek ons niet het beste idee, dus wel besloten door te lopen: ofwel de regen zou stoppen en we zouden alsnog kamperen, of we zouden helemaal doorlopen naar Fort William. Uiteindelijk besloten we halverwege Fort William in de aanhoudende regen de tocht uit te lopen – het zou weer een lange dag van een kleine 40 kilometer worden.

Omdat het al langzamerhand donker begon te worden, kozen we bij een splitsing van het WHW pad met de doorgaande weg voor de doorgaande weg, die ons sneller naar Fort William zou leiden. Wederom liepen we in het donker en de weg had aardig wat hoogtemeters – meer dan verwacht. Voorzichtig liepen we richting Fort William, hoofdlamp voor en eentje knipperend naar achter om automobilisten te waarschuwen. Al snel kwamen we in de buurt van (de lichtvervuiling van) Fort William, en kregen we mobiel bereik en boekten we een hotel. Helemaal doorweekt kwamen we aan in Fort William. In het hotel verbouwden we de boel naar een droogruimte met overal jassen, tassen en hoezen en kropen we lekker in bed. We waren zo moe en doorweekt dat we niet eens de moeite namen om te eten en vielen na een warme choco als een blok in slaap.  

Prachtige tocht, prachtig seizoen

We liepen de West Highland Way vrij vlot, onder andere door onze lange dag richting Inveroran en de keuze om de tocht uit te lopen op de laatste dag. We hadden gelukkig prachtig weer (op de laatste dag na).

De periode eind oktober, eind november vond ik verrassend mooi – zeker vergeleken met september zoals in 2013. Het is koeler, de dagen zijn korter maar de kleuren zijn minstens net zo intens. Zo laat in het seizoen kwam er ook nog een mooi laagje sneeuw op de topjes, wat voor prachtige uitzichten zorgt. De herfst was echter ook nog niet voorbij en de kleuren waren intens.

Kampeerplekjes

Drymen: net voorbij Drymen, langs het pad wat wegloopt van het dorp aan de bosrand, vind je een prachtige plek onder de bomen. Door het micro-klimaat is het hier lekker warm (maar ook donker!). Er is één klein stroompje water. Heb je geen waterfilter zorg dan dat je genoeg water bij je hebt als je hier wilt kamperen – dit water kun je niet ongefilterd drinken. ’s ochtends kan je overigens wel wakker worden van de koeien.

Sallochy campsite: van Balmaha tot voorbij Ptarmigan Lodge ben je langs Loch Lomond tussen maart en september aangewezen op campings. Wij waren er buiten de ‘camping management bylaws‘ periode en gingen net voorbij de grens van de camping staan. Zo konden we gebruik maken van de picknick tafel en natuurtoiletten – in overleg met de ranger ter plekke. De camping zelf kent een grasveldje en wat aangewezen plekken aan de rand van het meer. Je vindt er vuilnisbakken, natuurtoiletten en stromend water. Tip: je kunt tijdens de management periode ‘permit area’s’ boeken die nét iets verder liggen dan Sallochy Campsite, maar aangewezen ‘wildkampeer’ plekken zijn nét van het pad af – mooier dan een camping maar je moet ze wel van te voren boeken.

Doune Bothy: tegenover Ardlui staat een bothy. Rondom de bothy was het vrij drassig, waardoor de bothy voor ons de ideale slaapplek was. Binnen in the bothy vind je een slaapplatform waar je met je matje en slaapzak lekker kan liggen. Ook vind je er een tafel en wat stoelen. Houd je in de bothy aan de regels en houd het netjes! Er is uiteraard een kans dat je de bothy met andere hikers moet delen – part of the fun.

Inveroran: deze kampeerplek bij het bruggetje is prachtig. Je hebt hier een goede ondergrond van gras en je zit pal aan het water. Het stikt hier ook van de herten. Inveroran ligt in een private estate – je wordt verzocht op deze aangewezen plek te kamperen. Volgens mij kunnen ze je niet verplichten in verband met het Access Right, maar de plek is prachtig en daarom alle reden om daar als nette hiker te gaan staan. Als het hotel geopend is, kun je daar terecht in de ‘Walkers Bar’ voor een whisky of ’s ochtends voor een Full Scottish Breakfast.

Kingshouse: vroeger had je een veldje bij Kingshouse, zie ook mijn verslag van 2013. Kingshouse is nu een groot hotel geworden en ik weet niet of het ‘wildkampeer’veldje er nog is. Wij liepen een stukje verder: met Kingshouse nog in zicht vind je net naast het pad een mooie plek met zicht op Etive Mòr. Er zijn meerdere van deze gevestigde kampeerplekjes langs het pad net voorbij Kingshouse.

Voorbereiding

Water
Water is er voldoende in Schotland, zeker als het gaat regenen. Zorg wel dat je het water filtert, wij vonden een schapen karkas net stroomafwaarts van de bothy.

Eten
Wij hadden volledige bevoorrading mee voor de hele trip. Je komt echter langs voldoende restaurants, pubs, café’s en supermarktjes. Zo gingen wij langs de supermarkt in Balmaha en Tyndrum en aten we bij Glencoe Mountain Resort. Maar ook in de andere plaatsjes vind je voldoende supermarkten of restauratie om te eten. Het voordeel van je eigen bevoorrading is dat je lekker voor je eigen tentje kan eten en vrijer bent om je eigen plan te trekken. We konden bijvoorbeeld lekker smullen bij Glencoe van een burger, maar hadden we gelijk door willen lopen dan hadden we ook een lekkere maaltijd op zak.

Kaart en navigatie
De WHW is goed aangegeven. Om de zoveel meter vind je een paaltje met het langeafstandspad logo. Wij gebruikten de WHW kaart van Harvey Maps om ons te oriënteren en deze kan ik dan ook aanraden. Het boekje van Bob Aitken is ook een tip, vooral als je het leuk vindt om wat te lezen over de historie van de omgeving waar je doorheen loopt. Af en toe vind je langs de route een bordje, maar je loopt op vele oude militaire paden en langs plekken waar grote veldslagen tussen verschillende ‘clans’ hebben plaatsgevonden. De links naar deze kaarten en boekjes vind je ook op onze inspiratiepagina.

Uitrusting
Wij waren volledig bepakt om autonoom de WHW te lopen, al wildkamperend en met ons eigen eten. In de periode waarin wij liepen moet je rekening houden met koude nachten en de mogelijkheid op sneeuw: warme laagjes zijn een must en ook een voldoende warme slaapzak. Een tent die enige sneeuw kan verdragen is geen overbodige luxe – maar de meeste 3 seizoenen trekkertentjes zullen wel voldoen. Verder liepen we in Schotland, wat betekent dat je altijd rekening moet houden met regen. Veel regen. We hadden dan ook allebei hardshell’s en regenbroeken en regenhoezen mee. Op de laatste dag liepen wij de tocht uit vanwege de regen – achteraf was ik blij dat we dat hadden gedaan. Mijn slaapzak was namelijk aardig vochtig doordat mijn regenhoes niet helemaal aansloot op mijn tas en er regen was tussengekomen. Ik had mijn regenhoes toch iets beter moeten controleren. Niet onoverkomelijk aangezien ik een synthetische slaapzak meehad, maar liever heb je een volledig droge slaapzak. Wederom een les dat je van goeden huize moet komen om de Schotse regen te verslaan.

Tot slot, video

Van deze tocht heb ik een toffe video gemaakt; je bekijkt hem hieronder of op de West Highland Way inspiratiepagina!

Hopelijk heb je met dit reisverslag (en de mooie foto’s) een indruk gekregen van onze hike langs de West Highland Way in de late herfst. Op deze pagina vind je ook wat meer algemene informatie. Lijkt deze trek jou wat? Of heb je deze tocht al gelopen en heb je tips? Laat het weten in de comments!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *